Wie zich oriënteert op hyperbare zuurstoftherapie komt twee soorten apparaten tegen. Een softshellkamer is een opblaasbare kamer van doek met een ritssluiting, aangesloten op een compressor. Een hardshellkamer is een starre drukkamer van staal of acrylglas met een mechanische sluiting. Ze verschillen in de druk die ze halen, in hoe de zuurstof bij u komt en in wat er technisch bewaakt wordt. Oxygevity werkt met een OxyHelp C2, een hardshellkamer tot 2,0 ATA met zuurstof 95–98% via masker of kapje.
Samenvatting
- Softshellkamers werken doorgaans tot ongeveer 1,3 à 1,5 ATA. Hardshellkamers halen 2,0 ATA en hoger.
- Niet de druk alleen bepaalt hoeveel zuurstof u opneemt, maar druk maal zuurstofpercentage. Wie in een softshellkamer geen masker draagt, ademt gewoon lucht onder lichte overdruk.
- De protocollen op deze site komen uit studies die zijn uitgevoerd bij 1,5 tot 2,0 ATA met een hoog zuurstofpercentage.
- Bij softshellkamers zijn gevallen gemeld waarbij een falende ritssluiting tot plotseling en volledig drukverlies leidde (FDA MAUDE).
- Die meldingen zeggen niets over hoe vaak dit voorkomt. MAUDE is een meldsysteem, geen onderzoek (FDA).
- Materialen kunnen stoffen aan de ademlucht afgeven. Daarvoor bestaat een norm (ISO 18562); vraag een fabrikant om een test van het complete model, niet om het woord “medical grade”.
- Een softshellkamer is niet per definitie onveilig. Constructie, onderhoud, materiaaltesten en toezicht bepalen het verschil — en die zijn bij een hardshellsysteem doorgaans uitgebreider vastgelegd.
Twee apparaten, één naam
De term “hyperbare kamer” zegt alleen dat de druk in de kamer hoger is dan de buitenlucht. Hoeveel hoger, en wat u daarin ademt, verschilt sterk.
Een softshellkamer is een cilinder van gecoat doek die door een compressor wordt opgeblazen. De sluiting is een ritssluiting. Zulke kamers zijn licht, verplaatsbaar en aanzienlijk goedkoper, en werken meestal tot ongeveer 1,3 ATA — vergelijkbaar met de druk op circa drie meter waterdiepte. Sommige modellen gaan tot 1,5 ATA.
Een hardshellkamer heeft een starre wand en een mechanisch sluitende deur. De constructie is berekend op hogere druk, en 2,0 ATA of meer is daar gebruikelijk. De OxyHelp C2 die Oxygevity gebruikt, is zo'n kamer: acrylglas zijwanden, tweepersoons, tot 2,0 ATA, en geregistreerd als CE-gecertificeerd medisch hulpmiddel in klasse IIb.
Waar het echt om draait: druk maal zuurstof
Onder normale omstandigheden wordt het grootste deel van uw zuurstof vervoerd door rode bloedcellen. Een klein deel is opgelost in het bloedplasma. Dat opgeloste deel is wat onder druk toeneemt, en het is de reden dat HBOT iets anders doet dan diep ademhalen.
Hoeveel het toeneemt, hangt van twee dingen af: de druk in de kamer en het zuurstofpercentage dat u inademt. Dat tweede wordt in de marketing van kamers vaak weggelaten, terwijl het aan de lage kant van het spectrum zwaarder weegt dan de druk zelf.
De tabel hieronder is berekend met de alveolaire gasvergelijking en de wet van Henry, bij een normale koolzuurspanning en een conservatieve aanname voor het verschil tussen longblaasje en slagaderlijk bloed. Het zijn rekenwaarden, geen metingen bij u persoonlijk.
| Situatie | Druk | Zuurstof | Opgelost in plasma | Ten opzichte van buitenlucht |
|---|---|---|---|---|
| Buitenlucht op zeeniveau | 1,0 ATA | 21% | 0,27 ml/dl | — |
| Softshellkamer, geen masker | 1,3 ATA | 21% | 0,41 ml/dl | 1,5× |
| Softshellkamer met zuurstofconcentrator via masker | 1,3 ATA | circa 90% | 2,4 ml/dl | 8,8× |
| Hardshellkamer, TBI-protocol | 1,5 ATA | 95–98% | 3,0 ml/dl | 11× |
| Hardshellkamer, long COVID- en anti-agingprotocol | 2,0 ATA | 95–98% | 4,1 ml/dl | 15× |
Er staan drie dingen in deze tabel die het bekijken waard zijn.
Zonder masker gebeurt er weinig. Een softshellkamer op 1,3 ATA waarin u gewoon de kamerlucht ademt, brengt het opgeloste deel van 0,27 naar 0,41 ml per deciliter. Dat is anderhalf keer zoveel van een klein getal. Sommige aanbieders van “milde HBOT” werken zo.
Het masker doet meer dan de druk. Dezelfde softshellkamer met een zuurstofconcentrator en masker komt op ongeveer 2,4 ml per deciliter. De sprong van 0,41 naar 2,4 komt volledig van het zuurstofpercentage, niet van extra druk.
Daarbovenop telt de druk wel degelijk. Van 1,3 naar 2,0 ATA bij hetzelfde hoge zuurstofpercentage gaat u van 2,4 naar 4,1 ml per deciliter: ruim anderhalf keer zoveel opgeloste zuurstof. En 2,0 ATA is precies de druk waarop een groot deel van het onderzoek is uitgevoerd.
Een eerlijke kanttekening bij onze eigen protocollen. Het TBI-protocol van Oxygevity werkt bewust op 1,5 ATA, niet op 2,0 — omdat de onderliggende literatuur die druk gebruikt. Dat ligt dicht bij het bereik van de betere softshellkamers. Het verschil zit daar dus niet in de druk, maar in het zuurstofpercentage via masker en in de gecontroleerde omgeving. Meer druk is niet vanzelf beter; het protocol bepaalt de druk, niet andersom.
De druk waarop het onderzoek is gedaan
De doseringen van onze protocollen komen niet uit een catalogus maar uit gepubliceerde studies, en die studies zijn uitgevoerd in hardshellkamers.
De meest geciteerde gerandomiseerde studie naar HBOT bij long COVID gebruikte 40 sessies van 90 minuten bij 2,0 ATA, vijf keer per week, met luchtpauzes van vijf minuten elke twintig minuten (Zilberman-Itskovich et al., Scientific Reports 2022). Het telomeeronderzoek bij gezonde 64-plussers gebruikte 60 sessies van 90 minuten, eveneens bij 2,0 ATA (Hachmo et al., Aging 2020).
Dat betekent niet dat lagere drukken per definitie niets doen. Het betekent wel dat wie de uitkomsten van deze studies aanhaalt, ook de dosering van die studies zou moeten kunnen leveren. Een kamer die niet verder komt dan 1,3 ATA kan dat niet.
Wat een harde kamer technisch anders regelt
De drukwand is geen ritssluiting
Bij een softshellkamer is de ritssluiting onderdeel van de drukwand. Faalt die, dan valt de druk weg. In de meldingsdatabase van de Amerikaanse FDA staan daar concrete voorbeelden van. Bij een OxyHealth Vitaeris 320 scheidde de binnenste ritssluiting zich tijdens normaal gebruik rond 1,3 ATA; de melding beschrijft een harde knal en het in één keer ontsnappen van alle lucht, en vermeldt dat het die maand drie keer gebeurde (FDA MAUDE). Een tweede melding beschrijft een Summit to Sea-kamer waarvan de ritssluiting na enkele maanden volledig faalde, met onmiddellijke drukval (FDA MAUDE).
Bij een harde kamer bestaat dit faalpad niet: de drukwand is de constructie zelf, en de druk wordt afgebouwd via kleppen die u bedient.
Wat deze meldingen niet zeggen. MAUDE is een systeem waarin storingen en incidenten worden gemeld. De FDA verifieert niet elke melding, en uit de database kan niet worden afgeleid hoe vaak iets voorkomt of dat het apparaat de klachten daadwerkelijk veroorzaakte (FDA over MAUDE). Er is dus wel aangetoond dat dit faalpad bestaat, niet dat het vaak voorkomt. Wij vonden geen openbare, onafhankelijk vastgestelde casus waarin het dragende doek zelf tijdens normaal gebruik openscheurde.
Waarom een plotselinge drukval ertoe doet, staat in de handleiding van een draagbare kamer zelf beschreven: bij snelle drukdaling zet gas in de longen uit, en gebruikers moeten tijdens zo'n gebeurtenis uitademen (OxyHealth-gebruikershandleiding). Bij 1,3 ATA is decompressieziekte niet het voornaamste gevaar. Waarschijnlijker zijn acute oor- of sinuspijn, longbarotrauma bij iemand die de adem inhoudt of een longafwijking heeft, en schrik of letsel door de gebeurtenis zelf.
Ventilatie en gasbewaking
In elke afgesloten kamer hoopt uitgeademd koolzuur zich op. Het verschil zit in hoe dat wordt afgevoerd en of iemand het meet.
Dezelfde OxyHealth-handleiding is daar helder over: de koolzuurconcentratie wordt bepaald door hoeveel verse lucht de compressor toevoert en hoeveel er via de ontluchtingsventielen weggaat, en de opgegeven waarde van minder dan 1% geldt expliciet zolang de compressor draait. De handleiding waarschuwt ook dat warme lucht zich in de kamer kan ophopen (OxyHealth). De ventilatie berust dus op een continu werkende compressor, voldoende luchtdebiet voor het volume en het aantal personen, werkende uitstroomventielen en schone filters.
De technische documentatie van hardshellsystemen bij de FDA beschrijft doorgaans meer: continue ventilatie, aparte afvoer van uitgeademd gas en bewaking van zuurstof en koolzuur, en bij sommige systemen ook temperatuur en luchtvochtigheid (FDA 510(k) HyperOx, FDA 510(k) SL/DL8/TL20).
Ook hier past een kanttekening. Ventilatiekwaliteit is niet zuiver een kwestie van hard tegen zacht: onderzoek in een klinische hyperbare kamer laat zien dat er ook daar plaatselijk slecht geventileerde zones kunnen ontstaan (PMC, 2023). Het ontwerp en de bedrijfsvoering van het specifieke systeem bepalen het resultaat, niet het materiaal van de wand.
Drie manieren om de druk af te bouwen
De kamer bij Oxygevity heeft drie onafhankelijke voorzieningen om de druk af te bouwen: het bedieningspaneel, een noodstop voor versnelde decompressie, en een mechanische klep die ook zonder elektriciteit werkt. U bepaalt daarmee zelf wanneer en hoe snel de druk zakt. Dat is iets anders dan een sluiting die het plotseling begeeft.
Wat de lucht in de kamer verontreinigt
Er is een derde onderwerp dat in vergelijkingen zelden voorkomt: de kamer zelf kan stoffen aan de ademlucht afgeven. Doek, coating, lijm, inkt, slangen en afdichtingen kunnen vluchtige en halfvluchtige stoffen uitstoten — vluchtige organische stoffen, restmonomeren uit lijm of coating, afbraakproducten van pvc of polyurethaan, weekmakers, kleine deeltjes, en stoffen uit compressoronderdelen, filters of reinigingsmiddelen.
De Amerikaanse milieudienst EPA beschrijft in algemene zin dat kunststoffen, coatings en lijmen vluchtige organische stoffen kunnen afgeven, met irritatie van ogen en luchtwegen, hoofdpijn, misselijkheid of duizeligheid als mogelijke acute klachten; het werkelijke risico hangt volledig af van de stof, de concentratie en de duur (EPA). Een kunststofgeur bewijst dus niet dat er iets giftigs vrijkomt — en het ontbreken van geur bewijst niet dat de lucht schoon is.
Hiervoor bestaat een norm
ISO 18562 is speciaal geschreven voor materialen die in contact staan met ademgas. De norm gaat over verontreinigingen die het apparaat zelf aan de ingeademde gasstroom toevoegt; deel 3 schrijft tests en acceptatiecriteria voor vluchtige, zeer vluchtige en halfvluchtige stoffen (ISO 18562-1).
Dat dit ook voor opblaasbare kamers speelt, blijkt uit de FDA-documentatie van de Revitalair 430+. Voor dat model zijn onder meer emissies van vluchtige organische stoffen, deeltjes, ozon, koolmonoxide en koolzuur getest, plus cytotoxiciteit, irritatie en sensibilisatie, met verwijzing naar ISO 18562 en ISO 10993 (FDA 510(k) K220290). Dat een fabrikant dit laat testen, laat zien dat het een reëel aandachtspunt is — niet dat er bij softshellkamers in het algemeen schadelijke emissies zijn gevonden.
“Medical grade” zegt te weinig
De aanduiding “medical grade plastic” gaat over een grondstof, niet over een afgewerkt apparaat. Wat telt is de exacte samenstelling, de gebruikte coatings, kleurstoffen, weekmakers en lijmen, productieresten, de productiemethode, en hoe het materiaal veroudert onder warmte, vocht en reiniging. Een grondstof kan op zichzelf geschikt zijn terwijl het gelijmde, bedrukte en gelaste eindproduct alsnog ongewenste emissies geeft. De FDA beoordeelt daarom het biologische risico van het uiteindelijke hulpmiddel en de werkelijke contactroute, niet de commerciële naam van de kunststof (FDA over biocompatibiliteit). De Europese verordening voor medische hulpmiddelen stelt vergelijkbare eisen aan stoffen, productieresten en afbraakproducten (MDR, bijlage I).
Bij een softshellkamer is dit extra relevant omdat u langere tijd in een kleine ruimte zit met een groot kunststofoppervlak om u heen. Het gaat mis wanneer de kamer nieuw is of sterk chemisch ruikt, de temperatuur oploopt, het luchtdebiet tekortschiet, ventielen of compressor niet goed werken, lijmen of coatings degraderen, of de compressor verontreinigde lucht aanzuigt. De overdruk maakt die stoffen niet aan; emissie, ventilatie, temperatuur en sessieduur bepalen samen wat u binnenkrijgt.
Wat u aan een fabrikant kunt vragen — ook aan ons. Vraag niet om de verklaring “non-toxic” of “medical grade”, maar om een onafhankelijk testrapport volgens ISO 18562 voor het complete kamermodel, met de gemeten stoffen en concentraties in plaats van alleen een geslaagd-oordeel; biocompatibiliteitsdocumentatie volgens ISO 10993 voor onderdelen met huidcontact; een materiaallijst met kunststof, coating, weekmakers en lijmen; een geldige EU-conformiteitsverklaring; het vereiste minimale ventilatiedebiet met gemeten koolzuurwaarden bij maximaal gebruik; en gegevens over testen na veroudering, reiniging en herhaald onder druk brengen. Een certificaat van een stukje basismateriaal is niet hetzelfde als een test van het eindproduct en de werkelijk ingeademde lucht. Vraagt u dit bij ons op, dan leveren wij wat de fabrikant van de OxyHelp C2 ons heeft verstrekt — en zeggen wij het erbij als iets ontbreekt.
De verdedigbare conclusie is dus smal: onvoldoende geteste kunststoffen en productiematerialen kunnen de ademlucht in een kamer verontreinigen, en of dat bij een specifiek model gebeurt, moet per model met emissietesten worden vastgesteld.
Waar een softshellkamer wél op zijn plaats is
Een eerlijk artikel eindigt niet met “dus hardshell wint altijd”. Een softshellkamer is licht, verplaatsbaar en een fractie van de prijs. Voor wie thuis regelmatig een milde drukverhoging wil, is dat een reële optie die een harde kamer nooit gaat zijn. Er zijn ook toepassingen waarvoor de lagere druk voldoende is.
Wat een softshellkamer niet kan, is de dosering leveren die in de studies op deze site is gebruikt. En wie er zonder masker in gaat zitten, ademt lucht onder lichte overdruk — dat is een andere interventie dan hyperbare zuurstoftherapie, ook als het zo verkocht wordt.
Wat Oxygevity gebruikt
| Type | OxyHelp C2, hardshell, acrylglas zijwanden |
|---|---|
| Classificatie | CE-gecertificeerd medisch hulpmiddel, klasse IIb |
| Maximale werkdruk | 2,0 ATA |
| Zuurstof | 95–98% via masker of kapje |
| Capaciteit | Twee personen |
| Drukafbouw | Bedieningspaneel, noodstop, mechanische klep zonder stroom |
Wat wij niet leveren, staat er even duidelijk bij: er is geen doorlopend toezicht tijdens uw sessie, wij stellen geen diagnoses en wij beoordelen niet of HBOT bij uw aandoening past. Zie veiligheid en contra-indicaties en de zelfcheck.
Veelgestelde vragen
Is een softshellkamer gevaarlijk?
Dat kunnen wij niet in het algemeen zeggen. Wat wel vaststaat, is dat er meldingen bestaan van ritssluitingen die tijdens normaal gebruik faalden met plotseling drukverlies tot gevolg. Hoe vaak dat gebeurt, is uit die meldingen niet af te leiden. Constructiekwaliteit, onderhoud en toezicht bepalen het verschil.
Is meer druk altijd beter?
Nee. De druk hoort bij het protocol, en het protocol komt uit onderzoek. Ons TBI-protocol werkt bewust op 1,5 ATA omdat de literatuur die druk gebruikt, terwijl het long COVID-protocol op 2,0 ATA werkt. Hogere druk vergroot ook de kans op zuurstoftoxiciteit en op oor- en sinusklachten.
Wat is “milde HBOT”?
Daarmee wordt meestal een sessie in een softshellkamer rond 1,3 ATA bedoeld. Of daar een masker met hoge zuurstofconcentratie bij hoort, verschilt per aanbieder — en dat verschil is groot. Zonder masker ademt u lucht onder lichte overdruk.
Kan ik in een softshellkamer 2,0 ATA halen?
Nee. Softshellkamers werken doorgaans tot ongeveer 1,3 ATA, sommige modellen tot 1,5 ATA. Voor 2,0 ATA is een starre constructie nodig.
Kunnen er stoffen uit het materiaal van de kamer vrijkomen?
Dat kan bij elke kamer, hard of zacht. Coatings, lijmen, inkten, slangen en afdichtingen kunnen vluchtige stoffen afgeven. Daarvoor bestaat een norm, ISO 18562, die tests voorschrijft voor het complete apparaat. Of het bij een bepaald model gebeurt, is alleen met een emissietest van dat model vast te stellen — niet met de aanduiding “medical grade”.
Waarom noemt Oxygevity 95 tot 98% en niet 100%?
Omdat dat is wat een zuurstofconcentrator levert. Honderd procent zuivere zuurstof komt uit cilinders of een centrale voorziening. Wij noemen liever het getal dat klopt.
Vragen over uw eigen situatie?
Plan een gratis pre-intake of neem contact op. Bij medische twijfel adviseren wij altijd overleg met uw huisarts of specialist.
Bronnenlijst
- FDA MAUDE – melding OxyHealth Vitaeris 320, scheiding binnenste ritssluiting
- FDA MAUDE – melding Summit to Sea, falende ritssluiting met onmiddellijke drukval
- FDA – over de MAUDE-database en de beperkingen ervan
- OxyHealth – gebruikershandleiding draagbare hyperbare kamers
- FDA 510(k) K053498 – HyperOx hardshellsysteem
- FDA 510(k) K031649 – SL/DL8/TL20 hardshellsystemen
- Ventilatie en luchtverdeling in een klinische hyperbare kamer, PMC 2023
- FDA 510(k) K220290 – Revitalair 430+, emissie- en biocompatibiliteitstesten
- ISO 18562-1 – biocompatibiliteit van gasbanen in medische apparatuur
- FDA – grondslagen van biocompatibiliteitsbeoordeling
- Verordening (EU) 2017/745 medische hulpmiddelen, bijlage I
- EPA – vluchtige organische stoffen en binnenluchtkwaliteit
- Zilberman-Itskovich et al., Scientific Reports 2022 – HBOT bij long COVID, 2,0 ATA
- Hachmo et al., Aging 2020 – telomeerlengte na 60 sessies bij 2,0 ATA
- StatPearls / NCBI Bookshelf – Hyperbaric Oxygen Therapy Contraindications
Over de berekening
De waarden in de tabel zijn berekend met de alveolaire gasvergelijking, met een koolzuurspanning van 40 mmHg en een respiratoir quotiënt van 0,8, en vervolgens omgerekend naar opgeloste zuurstof met de constante van 0,003 ml zuurstof per deciliter bloed per mmHg. Voor het verschil tussen longblaasje en slagaderlijk bloed is 10 mmHg aangehouden. Het zijn theoretische waarden bij een gezonde longfunctie; individuele waarden verschillen.
Medische disclaimer
Deze pagina is bedoeld als algemene informatie over de technische verschillen tussen hyperbare kamers. De tekst is geen medisch advies, geen diagnose en geen behandelplan. Oxygevity is geen ziekenhuis of medisch centrum en vervangt geen huisarts, medisch specialist, spoedeisende hulp of hyperbaar arts. Heeft u klachten, een medische aandoening, gebruikt u medicatie of twijfelt u of HBOT geschikt is, overleg dan eerst met uw huisarts of specialist.